Waarom kan ik niet ontspannen als ik eindelijk rust heb? Wat er gebeurt wanneer je eindelijk niets hoeft, maar je lichaam daar niet meteen in meegaat

De werkdag is voorbij. De laptop is dicht, de laatste afspraak afgerond. Eindelijk rust. En juist dan begint het: gedachten die sneller gaan, een beklemmend gevoel in de borst, de neiging om toch nog even de mail te openen of iets op te ruimen. Overdag verlangde je naar dit moment. Nu het er is, voelt het allesbehalve ontspannen.
In de spreekkamer hoor ik regelmatig een variant op dezelfde zin: ‘Zolang ik bezig ben, gaat het. Zodra ik stilval, word ik onrustig.’ Soms volgen hoofdpijn en prikkelbaarheid. Soms komt er verdriet dat overdag nauwelijks voelbaar was. Anderen merken dat ze op vrije dagen juist méér piekeren dan wanneer de agenda volstaat.
Dat is geen bewijs dat iemand niet kan ontspannen. Het laat vooral zien dat stilvallen een overgang is. Je aandacht verschuift, lichamelijke signalen worden merkbaarder en een vertrouwde vorm van controle valt tijdelijk weg. Bij sommige mensen heeft alert blijven bovendien een psychologische functie gekregen: het voorkomt dat een plotselinge verandering in gevoel hen overvalt.
Rust is niet hetzelfde als herstel
Een lege avond is nog geen herstelde avond. In onderzoek naar herstel na werk wordt onderscheid gemaakt tussen psychologisch loskomen van het werk, ontspanning, het ervaren van eigen regie en activiteiten waarin iemand iets leert of beheerst. Die ervaringen kunnen naast elkaar bestaan, maar ze zijn niet inwisselbaar. Op de bank zitten terwijl je in gedachten een gesprek herhaalt of alvast de volgende dag organiseert, is vrije tijd op de klok. Mentaal loopt de werkdag nog door.[1]
Waarom kan ik niet ontspannen op rustige momenten?
Dat verschil verklaart waarom passiviteit niet altijd rustig voelt. Wegvallen van de taak maakt ruimte, maar bepaalt niet waarmee die ruimte wordt gevuld. Vermoeidheid, spanning en emoties die tijdens het handelen naar de achtergrond verdwenen, kunnen nu naar voren komen. Ook de verwachting dat je ‘nu toch echt ontspannen moet zijn’ verhoogt de druk. Rust wordt dan ongemerkt een volgende opdracht waaraan je kunt slagen of mislukken.
Werkelijk herstel vraagt flexibiliteit: kunnen schakelen van inspanning naar rust en later weer terug. Wie langdurig onder druk heeft gestaan, maakt die overgang doorgaans niet in één minuut. Het lichaam kent geen knop waarmee alle opgebouwde activatie tegelijk verdwijnt. Ook zonder directe dreiging kunnen spierspanning, waakzaamheid en piekergedachten nog een tijd aanwezig blijven.
Wanneer ontspanning juist angst oproept
Al in de jaren tachtig beschreven onderzoekers relaxation-induced anxiety, in het Nederlands ontspanningsgeïnduceerde angst. Daarmee bedoelen zij een merkbare toename van spanning of angst tijdens of kort na een poging tot ontspanning. Het eerste onderzoek was klein en rechtvaardigt geen percentages voor de algemene bevolking. Het verschijnsel zelf is later opnieuw gevonden, onder andere bij mensen met een gegeneraliseerde angststoornis en bij depressieve klachten.[2,3]
De term is beschrijvend, geen diagnose. Ook zegt hij niet dat ontspanningsoefeningen schadelijk zijn. Het gaat om de reactie op de overgang. Een rustige ademhaling, gesloten ogen of het wegvallen van afleiding kan iemand plotseling bewuster maken van hartslag, druk op de borst, vermoeidheid of een gevoel van leegte. Wanneer zulke signalen eerder zijn gekoppeld aan paniek, verlies van controle of nare herinneringen, krijgt de oefening een andere betekenis dan de instructie bedoelt.
Daarom kan een gangbare aanwijzing als ‘ga rustig zitten en voel wat er in je lichaam gebeurt’ voor de één prettig zijn en voor de ander te groot. Een passende oefening begint bij voldoende oriëntatie en keuzevrijheid. Soms betekent dat de ogen openhouden, bewegen of eerst aandacht geven aan de omgeving. Innerlijke aandacht kan later volgen.
De onverwachte functie van piekeren
De contrastvermijdingshypothese biedt een interessante verklaring voor onrust bij ontspanning. Mensen met hardnekkige zorgen blijven vaak langere tijd in een matig negatieve, alerte toestand. Dat voelt onaangenaam, maar het kan de gevreesde sprong van een prettig of neutraal gevoel naar plotselinge angst of teleurstelling verkleinen. De onderliggende verwachting luidt ongeveer: als ik voorbereid blijf op wat mis kan gaan, komt het minder hard aan.[4]
Piekeren kalmeert dus niet werkelijk. Het houdt de activatie juist gaande, maar kan het gevoelscontrast kleiner maken. Onderzoek in het dagelijks leven ondersteunt een deel van dit model. Volwassenen met een gegeneraliseerde angststoornis kregen acht dagen lang meerdere keren per dag vragen over zorgen en emoties. Meer piekeren hing samen met meer angstige activatie op dat moment én een uur later. Tegelijk werd een abrupte toename van negatieve emotie minder waarschijnlijk, terwijl een daaropvolgende opluchting juist vaker voorkwam.[5]
Dit proces verloopt meestal niet bewust. Niemand besluit ’s ochtends weloverwogen om de hele dag gespannen te blijven. Het patroon wordt geleerd doordat waakzaamheid op korte termijn iets oplevert: minder onzekerheid, een gevoel van voorbereiding of afstand tot een moeilijker gevoel. Gedrag dat onmiddellijk verlichting of controle geeft, wordt sneller herhaald, ook wanneer het op langere termijn uitputtend is.
Waarom stilte alles luider kan maken
Tijdens een drukke dag bepaalt de buitenwereld grotendeels waar de aandacht naartoe gaat. Een cliënt wacht, een kind stelt een vraag, een taak moet af. Zodra die structuur wegvalt, krijgt informatie van binnenuit meer ruimte. Dat heet interoceptie: het waarnemen van signalen uit het lichaam, zoals hartslag, ademhaling, warmte, honger, spanning of vermoeidheid.
De gewaarwording zelf en de betekenis die eraan wordt gegeven, lopen gemakkelijk door elkaar. Een versnelde hartslag kan worden opgemerkt als een lichamelijke reactie die vanzelf zakt. Dezelfde hartslag kan ook worden gelezen als teken dat er iets misgaat. Eerdere ervaringen, actuele stress en de mate van controle kleuren die interpretatie. Stilte veroorzaakt de signalen dus niet per se; zij maakt ze vaak beter hoorbaar.
Iets vergelijkbaars gebeurt met emoties. Zolang de aandacht naar buiten is gericht, blijven verdriet, schaamte of boosheid soms op afstand. Wanneer de taken stoppen, is het gevoel er opeens. De verleiding is groot om de ontspanning de schuld te geven. Functioneel bekeken heeft de rust vooral zichtbaar gemaakt wat al onvoldoende ruimte kreeg.
Wanneer bezig blijven veiligheid biedt
Veel patronen die aan de buitenkant op gedrevenheid lijken, regelen aan de binnenkant spanning. Perfectionistisch controleren verkleint tijdelijk de kans op kritiek. Zorgen voor anderen houdt de aandacht weg bij een eigen behoefte. Een volle agenda voorkomt het ongemak van niet weten wat je met jezelf aan moet. Het gedrag kan competent en sociaal gewaardeerd zijn, terwijl het tegelijk herstel bemoeilijkt.
Vanuit schematherapie is het zinvol te onderzoeken welke oude overtuiging wordt geactiveerd wanneer de activiteit stopt. Moet je nuttig zijn om bestaansrecht te voelen? Verwacht je afwijzing zodra je minder presteert? Voelt afhankelijkheid gevaarlijk, of is rust vroeger vaak onderbroken door onvoorspelbaarheid? Zulke betekenissen bepalen mede waarom dezelfde rustige avond voor de ene persoon weldadig en voor de andere persoon bedreigend aanvoelt.
Dit maakt de vraag specifieker. ‘Waarom kan ik niet ontspannen?’ levert al snel zelfkritiek op. ‘Wat probeert mijn alertheid nu voor mij te voorkomen?’ brengt de functie van het patroon in beeld. Het antwoord kan liggen in controle, vermijding van gevoel, voorbereiding op teleurstelling of het vasthouden aan een bekende identiteit. Pas wanneer die functie zichtbaar wordt, kan een alternatief werkelijk passend zijn.
Ook een prettig gevoel kan kwetsbaar voelen
Contrastvermijding gaat niet alleen over angst. Sommige mensen temperen ook opluchting, blijdschap of hoop. Zodra iets goed voelt, verschijnt de gedachte dat het straks kan tegenvallen. Door niet helemaal blij te worden, lijkt de mogelijke klap kleiner. De bescherming werkt maar gedeeltelijk: zij dempt niet alleen teleurstelling, maar ook het herstel dat positieve ervaringen kunnen bieden.
Een kleinschalige gerandomiseerde studie bij 85 volwassenen met een gegeneraliseerde angststoornis onderzocht daarom een zevendaagse smartphone-interventie met dagelijkse oefeningen in het bewust opmerken, verdiepen en vasthouden van positieve ervaringen. Binnen die groep nam contrastvermijding af. Het directe verschil met de actieve controlegroep was bescheiden en statistisch onzeker; de analyses wezen wel op een verband tussen meer genieten en minder contrastvermijding.[6] Dat maakt de bevinding interessant, maar nog niet beslissend.
De praktische gedachte is subtiel. Positieve ervaringen hoeven niet groter of uitbundiger te worden. De oefening zit in het toelaten van een werkelijk goed moment zonder onmiddellijk vooruit te springen naar wat erna mis kan gaan. Daarmee wordt niet alleen ontspanning geoefend, maar ook de verdraaglijkheid van emotionele verandering.
Rust oefenen zonder er een prestatie van te maken
1 Onderzoek het omslagmoment
Let een paar dagen op de eerste tien minuten nadat een verplichting stopt. Wat merk je lichamelijk? Welke gedachte verschijnt? Waar krijg je neiging toe? Het meest informatieve moment ligt vaak vóór het openen van de mail, het scrollen of het zoeken van een nieuwe taak. Daar wordt zichtbaar welke reactie de onrust regelt.
2 Maak ruimte voor een overgang
Na hoge inspanning kan directe stilstand te groot zijn. Kies eerst een eenvoudige activiteit met weinig beslissingen, zoals wandelen, douchen, koken of rustig opruimen. De activiteit vormt een brug tussen presteren en niets hoeven. Ze is helpend zolang zij de overgang ondersteunt en niet ongemerkt uitgroeit tot een nieuwe takenlijst.
3 Begin met de buitenwereld
Wie door lichaamsgerichte oefeningen onrustiger wordt, kan eerst oriënteren op de omgeving. Kijk rustig rond, voel het contact van de voeten met de vloer en benoem enkele neutrale details in de ruimte. Beweging en open ogen mogen onderdeel van ontspanning zijn. Een diepe lichaamsscan is geen verplichte ingang.
4 Doseer de rust klein genoeg
Oefen bijvoorbeeld twee minuten waarin je bewust niets oplost, met de afspraak dat je daarna opnieuw kiest. Het doel is niet dat alle spanning weg is. Je oefent dat spanning aanwezig kan zijn zonder dat je direct hoeft te controleren, vermijden of doorwerken. Een kleine ervaring die verdraagbaar blijft, leert doorgaans meer dan een lange oefening die je overspoelt.
5 Maak de voorspelling expliciet
Vul de zin aan: ‘Als ik nu echt ontspan, dan…’ Mogelijke antwoorden zijn dat je instort, controle verliest, lui wordt, gevoelens niet meer kunt tegenhouden of onvoorbereid bent wanneer er iets gebeurt. Behandel het antwoord als een toetsbare voorspelling. Wat gebeurt er daadwerkelijk wanneer je kort rust en vervolgens opnieuw kijkt?
6 Blijf iets langer bij wat goed is
Wanneer iets prettig is, blijf er vijftien tot dertig seconden met aandacht bij. Merk concreet op wat aangenaam is, zonder het moment te vergroten en zonder jezelf gerust te stellen over de toekomst. Dat kan de warmte van thee zijn, een vriendelijk bericht of de rust na een afgeronde taak. Dit is geen truc om negatieve gevoelens te vermijden; het verruimt de ervaring die er óók is.
7 Meet herstel breder dan kalmte
Een oefening kan zinvol zijn terwijl je nog onrust voelt. Kijk ook naar de uren erna: lukt het beter om aandacht vast te houden, neemt de drang tot controleren af, herstel je sneller na een trigger of slaap je rustiger? Volledige kalmte is een te strenge en vaak misleidende maatstaf.
Wanneer begeleiding passend is
Zoek professionele begeleiding wanneer stilvallen herhaaldelijk paniek, sterke dissociatie, traumatische herinneringen of ernstige slaapproblemen oproept. Dan is algemene ontspanning niet altijd de beste eerste stap. Een behandelaar kan samen met je onderzoeken welke prikkels, betekenissen en vermijdingsreacties een rol spelen en de opbouw daarop afstemmen.
Onderzoek bij mensen met een gegeneraliseerde angststoornis laat bovendien zien dat spanning tijdens ontspanning niet betekent dat behandeling zal mislukken. Alle deelnemers verbeterden gedurende de therapie. Lagere piekspanning, vooral in het laatste deel van de behandeling, hing samen met gunstiger uitkomsten; het gemiddelde verloop van de spanning over de sessies voorspelde de uitkomst niet.[7] Dat pleit voor zorgvuldige dosering en herhaling, niet voor forceren.
De vraag achter de onrust
Wanneer onrust opkomt zodra je stopt, is de bruikbaarste vraag: wat verwacht ik dat er gebeurt zodra mijn spanning zakt? Soms vreest iemand het gevoel zelf. Soms de plotselinge terugkeer ervan. Soms blijkt bezig blijven bescherming te bieden tegen verdriet, onzekerheid of zelfkritiek.
Rust krijgt pas een andere betekenis wanneer het systeem nieuwe ervaringen opdoet: een korte stilte kan voorbijgaan zonder dat er iets instort, een prettig moment hoeft niet onmiddellijk te worden afgezwakt en een lichamelijk signaal mag aanwezig zijn zonder dat het de regie overneemt. Dat leerproces verloopt vaak in kleine stappen. Juist daarin ontstaat de mogelijkheid om niet alleen te stoppen met werken, maar ook werkelijk te herstellen.
Geselecteerde wetenschappelijke bronnen
1. Sonnentag S, Fritz C. The Recovery Experience Questionnaire: development and validation of a measure for assessing recuperation and unwinding from work. Journal of Occupational Health Psychology. 2007;12(3):204–221. DOI
2. Heide FJ, Borkovec TD. Relaxation-induced anxiety: paradoxical anxiety enhancement due to relaxation training. Journal of Consulting and Clinical Psychology. 1983;51(2):171–182. DOI
3. Kim H, Newman MG. The paradox of relaxation training: relaxation induced anxiety and mediation effects of negative contrast sensitivity in generalized anxiety disorder and major depressive disorder. Journal of Affective Disorders. 2019;259:271–278. DOI
4. Newman MG, Llera SJ. A novel theory of experiential avoidance in generalized anxiety disorder: a review and synthesis of research supporting a contrast avoidance model of worry. Clinical Psychology Review. 2011;31(3):371–382. DOI
5. Newman MG, Jacobson NC, Zainal NH, Shin KE, Szkodny LE, Sliwinski MJ. The effects of worry in daily life: an ecological momentary assessment study supporting the tenets of the Contrast Avoidance Model. Clinical Psychological Science. 2019;7(4):794–810. DOI
6. LaFreniere LS, Newman MG. Reducing contrast avoidance in generalized anxiety disorder by savoring positive emotions: outcome and mediation in a randomized controlled trial. Journal of Anxiety Disorders. 2023;93:102659. DOI
7. Newman MG, LaFreniere LS, Jacobson NC. Relaxation-induced anxiety: effects of peak and trajectories of change on treatment outcome for generalized anxiety disorder. Psychotherapy Research. 2018;28(4):616–629. DOI






Opmerkingen